Verhaaltje van Rien Faasse

Ons lid Rien, uit Castricum, mag ook graag de pen hanteren. Hier een leuk verhaal van hem.

” De slootkant.

De oude man is voorzichtig de dijkhelling af gelopen. Kleine voorzichtige stapjes en telkens zijn hakken diep in de zachte vette klei drukkend. Zijn stramme benen hebben het toch maar weer geflikt. Niet erg vlug, maar wat maakt dat uit. Tijd en snelheid zijn met het verglijden van de jaren al lang geen maatgevende begrippen meer. Met zijn beukenhouten stok duwt hij zachtjes de geel bloeiende lissen wat opzij om naar het water van de sloot te kijken. Een paar meter verder op gaat een reiger nijdig krijsend op de vleugels. Het water is kristalhelder en ondiep. Je kijkt zó op de bodem. Hij knijpt zijn ogen tot kiertjes om zo, tegen het zonlicht in, beter te zien wat er onder de waterspiegel gebeurt.

Nu zo weinig mogelijk bewegen. Rustig wachten en geduld hebben, dat wordt altijd beloond. Ook vandaag. Dat weet hij zeker. Hoe vaak heeft hij in zijn lange leven de slootkant al niet afgestruind op zoek naar het mooie plezier van de waterkant in de polder. Niet meer te tellen.

Hij wrijft een kalmoesblad tussen duim en wijsvinger fijn en snuift van zijn hand de frisse muntgeur op. Heerlijk. Weinig Nederlanders zullen weten hoe kalmoes ruikt maar hij wel en hij voelt zich een bevoorrecht mens. Een moeder fuut met een koppeltje zebra-gestreepte pulletjes op haar rug peddelt voorbij. Futen zag je hier vroeger nooit maar in de loop van de jaren hebben die vogels hun schuwheid afgelegd. Gelukkig maar want ze zijn schitterend om te zien. Begin maart heeft hij dit paartje zien baltsen. Wat een gratie en wat een passie. Ze komen ieder jaar terug op dit voor hen vertrouwde plekje. Logisch want het barst hier van de kleine visjes waar ze zich vol en vet aan vreten. Hier, vlak voor hem achter die grijze baksteen op de bodem, staat een fel rood gekleurd stekelbaarsmannetje zijn nestje te verdedigen. Zijn rugstekels dreigend omhoog. Kijk uit, visje! Daar komt een dikke watertor recht op je steen af zwemmen. Nu even weg wezen, want daar win je het nooit van. Als die je te pakken krijgt kraakt hij je tussen zijn kaken in één keer dwars doormidden en eet je op. Ja, zo gaat dat in de natuur. Eten of gegeten worden. Voedselkringloop noemen de mensen dat. Klinkt lekker soft, maar die natuur is behalve mooi ook gruwelijk hard.

Het tere gezoem van een dansende zwerm mugjes geeft de stilte van de polder een extra dimensie. De oude man draait zich om. Moeder de vrouw zal de koffie wel klaar hebben. De dijk op klimmen is moeilijker dan er af, maar rustig aan, hij heeft de tijd.

Alle tijd van de wereld en morgen is er weer een dag. Althans, dat hoopt hij maar, want hij is al oud. “

 

Rien Faasse