Cat 12

Toch even het vermelden waard: bijzondere vangsten

Tijdens de wedstrijd van HSV Limmen in het kanaal Omval-Kolhorn ving Wil Snel een mooie karper.

Tijdens diezelfde wedstrijd was het Ron Droog die een wel heel bijzondere vangst deed: een snoekbaars van 83 cm.

Zelf mocht ik dit weekend mijn record giebel verbeteren van 38 cm naar 41 cm. En dat nog wel in ons eigen Stet!

Peter in de polder, en ver daarbuiten.

Het was een tijdje stil rond mijn visbelevenissen, maar uiteraard heb ik niet stil gezeten. Ik heb afgelopen winter meegedaan aan de roofviscompetitie in De Rijp, en werd daar 19de van de 38 deelnemers. Met 2 keer geen snoek om aan te melden, is er nog wel wat ruimte voor verbetering.

gewoon nog een keer deze snoek, omdat hij zo mooi is.

Ik werd gevraagd een groep snoekbaarsvissers uit Den Haag te begeleiden voor een visdag langs de Zaan. Er waren 24 vissers die ik in 2 groepen verdeeld, naar een aantal locaties heb gestuurd. Mijn eigen beste stek leverde 3 vissen en enkele aanbeten op, verder werden er nog 3 andere snoekbaarzen gevangen. Een gezellige dag maar met teleurstellende vangsten.

In maart en april maakten we nog een bijzonder fenomeen mee, paaitrek van snoek. Op zich wist ik hier wel van, alleen had het nu nogal drastische gevolgen. Bij het gemaal van de Starting probeerden snoeken tegen de stroom in naar een ander watervak te komen. Dat lukte niet, waardoor ze op een vlonder belanden en dood gingen. Naast de 7 vissen die we opgeruimd hebben, werden er door enkele mensen die hiermee ook bezig waren, nog meerdere vissen gered. Het Waterschap heeft een tijdelijke oplossing bedacht zodat de snoeken in ieder geval niet meer op de vlonder vallen.

Mijn jacht op grote witvissen beperkte zich de laatste jaren vooral tot zeelt en winde, maar dit jaar heb ik besloten het bereik wat te verbreden. Met name giebel en grote brasem moeten er dit jaar aan geloven. Met die giebels ging het wel leuk afgelopen zomer, en ik ben nu ook alweer druk bezig met het zoeken en onderzoeken van nieuwe stekken. Met op zich veelbelovende resultaten.

38 cm

De brasems zocht ik in de paaigebieden van groot water, zoals het IJsselmeer. Met Bart, met Ron en met Joost bezocht ik 3 maal een mij bekende voorjaarsstek. Hier boekte ik mooie resultaten, met 2 60+-brasems voor mijzelf en ook nog een topper voor Joost, die met 64,5 cm en geschat 4 kilo een prima nieuw PR wist te realiseren.

megabrasem voor Joost: 64,5 cm, ca 4 KILO

Tijdens het vissen op giebels pak ik soms leuke bijvangst, zoals enkele boerenkarpers. Ook wist ik op een avond 36 giebels te vangen, gemiddeld ongeveer 25-30 cm. Nieuwe stekken leverden eveneens mooie vissen op, zoals recent in de Woudpolder.

38 cm

63 cm, 3500 gram

59 cm, ruim 3 kilo


Zaansche Boerenkarper ( Beschermde oorsprongsbenaming) aan 14/00 in een prutslootje

Met de zeelten gaat het nog niet echt lekker. Ik heb tijdens het visuitje met de IJsselvissers bij toeval een zeelt gevangen aan de feeder, en afgelopen week had ik er 2 op een ochtend, maar verder gebeurt er nog niet veel. Ik denk dat het nog wat te koud is. Het kan dus alleen maar beter worden, toch?

Vanaf de Paasdagen had ik 3 weken vakantie ( ik werk deze zomer door), en in de vakantie moet er natuurlijk wel gevist worden. Naast het uitje naar Overijssel en de visdag met Ron door Noord-Holland, kon ik ook tijdens mijn road trip door Duitsland nog even vissen. De Prüm in Waxweiler is een mij bekend riviertje, waar je met gewoon aas op kopvoorn kunt vissen. Ik wist er in anderhalf uur 11 te vangen.

Selfie van 2 dikkoppen…

Na dit weekend is mijn vakantie voorbij. Binnenkort starten we met 2 giebelwedstrijden, zie elders op de site. Wellicht het begin van een serie wedstrijden op klein water, zgn. boerenslootjeswedstrijden. Dit ook om de jeugd bij de wedstrijden te betrekken en voor hen die niet graag op diep en groot watervissen. Wordt vervolgd…

Over snoeken gesproken. Door Rien Faasse

Dit snoekseizoen was het voor mij niet helemaal.      

Liever gezegd; helemaal niet.

Natuurlijk waren die fraaie Noordhollandse watertjes met hun dikke snoeken er nog altijd en ook de visspullen stonden tiptop in orde in de schuur op hun gebruiker te wachten maar het lukte gewoon niet met de afspraken. Dan kon mijn vismaatje niet en dan kon ik weer niet.               Drukte, ziekte en zeer, een verjaardag, een crematie, gebroken pols van mijn vrouw waardoor ik niet van huis kon en toen was er weer storm of hagel en natte sneeuw en… nou ja, het lukte gewoon niet.

En over die ene keer dat het wel doorging valt ook niet veel bijzonders te melden.

De wind kwam guur, net boven het vriespunt, uit het noorden en dat betekent meestal dat de vis het laat afweten. Die ochtend doen we de Noorder en Zuidervaart aan. Water dat meestal garant staat voor een paar mooie vissen maar nu geen enkel bewijsje van enige snoekactiviteit geeft. 

Na de traditionele lunch  in de Gouden Karper, uitsmijter ham kaas op dik boeren bruinbrood plus een mooie grote pils erbij, gaan we het zonder al te hoge verwachtingen nog even proberen in de buurt van de Alkmaarse vuilverbranding.

Ik weet daar een mooi met struiken en riet omzoomd poeltje dat in verbinding staat met de omringende sloten en waar, voor zover ik weet, nooit een snoekvisser komt.

Binnen vijf minuten duikt de dobber van mijn Limmenese visvriendje Bart onder. Na een  fraaie dril komt er een  gaaf getekend snoekje van 70 cm in het schepnet. Zo, de eer voor deze dag is gered. Ik verplaats me naar de overkant van de poel waar ik een kwartiertje later een prachtige wegloper krijg. De fel oranje dobber is in het ondiepe heldere water goed te volgen.

De dobber staat ongeveer tien meter verder stil en schokt wat op en neer. Tijd om aan te slaan dus en weer komt er een mooie vis in het schepnet.

Vlug een foto maken en even meten. Niet te geloven maar het is het zelfde snoekje met een lengte van 70 cm en zijn herkenbare tekening. Daar zijn vriend Bart en ik het helemaal over eens. Hoe is het mogelijk.

We houden het verder voor gezien want we zijn èn koud èn we willen  dit snoekje beslist niet voor een derde maal vangen want dan wordt zo’n beestje te veel af gejakkerd.

In de auto naar huis vertel ik mijn maatje het verhaal dat me na die toch zeldzame “ kopie “ vangst van deze middag te binnen schoot.  

Ik heb het ooit eens gelezen in één van de vele sportvis boeken die de onvolprezen Jan Schreiner ons heeft nagelaten. ( God hebbe zijn ziel ). Het verhaal, en ik hoop dat ik het een beetje goed weergeef, gaat ongeveer als volgt:

Meneer Kalfschot leefde zijn leven zoals hij vond dat het goed was.Voor hemzelf dan. Een egocentrisch mens. Geen vrienden maar dat stoorde hem in het geheel niet want zonder vrienden ging het ook prima. Vrouw en kinderen kwamen niets te kort behalve dan enige vorm van liefde of belangstelling. Je zou hem kunnen omschrijven met het gezegde: “ Ikke ikke ikke en de rest kan stikke. “

Hij was bijna toe aan zijn pensioen toen hij voelde dat het niet goed met hem ging. Zijn dokter had hem gewaarschuwd het vooral rustig aan te gaan doen. Meneer Kalfschot was niet bang voor de dood. Helemaal niet. Dat speelde bij hem niet. Hij geloofde niets en al helemaal niet in een hiernamaals.  Als grapje had hij tegen die huisarts gezegd: “ Wie dan niet leeft wie dan niet zorgt, “  maar die had hem niet-begrijpend aan gekeken.

Die avond was hij vroeg naar bed gegaan want hij was erg moe.

Toen hij zijn ogen sloot was hij direct weg van deze wereld en stond hij voor Petrus die hem zei dat hij wel wist wie Kalfschot precies was en dat hij engel Gijs mee kreeg die hem verder in de gaten moest houden.

Engel Gijs was er een van het zwijgzame type. Hij ging hem voor terwijl ze door een grote wolk liepen tot ze bij een mooi riviertje kwamen waar de zon vrolijk scheen en de vogels nog vrolijker kwinkeleerden.

– “ Jouw hobby was toch snoekvissen,” vroeg engel Gijs. “ Nou daar in dat schuurtje kan je een hengel en wat kunstaas uitzoeken en dan ga je je gang maar. “

Meneer Kalfschot vond dat hij het goed getroffen had want hij was zonder meer in de hemel. Dat stond wel vast.   

Hij maakte zijn hengel en molen klaar, knoopte een koperkleurige Ondex 5 spinner aan de lijn en maakte een verre worp.  

In het midden van het riviertje klapte er al een snoek op. Dat ging goed.

Na een korte dril onthaakte hij het beestje en liet hem vol trots aan engel Gijs zien.                                                                                                                         – “ Mooi, niet, “ zei hij, “ zo snel vang je ze niet altijd. “

– “ Zeventig centimeter, zei engel Gijs kort. “

Weer gooide hij ver in en weer klapte er binnen de kortste keren een snoek op.

– “ Zeventig centimeter, “ zei engel Gijs ongevraagd en dat was ook zo. Meneer Kalfschot fronste zijn wenkbrauwen.

Bij de volgende worp was het alweer het zelfde liedje.                                   Zeventig centimeter.

Meneer Kalfschot begon het een onplezierig toeval te vinden maar à la, héél héél soms gebeurt zoiets weleens. Hij legde zijn hengel in het gras en vroeg: – “ Hoe laat gaan we eigenlijk eten. “

_ “ Er wordt hier niet gegeten, “ zei de engel, “ en voor je verder gaat met vragen stellen, hier wordt ook niet geslapen of uitgerust dus ik adviseer je met klem de hengel weer op te pakken en door te gaan met vissen want dat is wel de bedoeling. “

Terwijl meneer Kalfschot zijn hengel uit het gras oppakte vielen er tranen op zijn handen. Hij kon zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst had gehuild maar nu zorgde zijn zelfmedelijden voor een ongekende tranenstroom.

Toen werd hij wakker met het hoofd op het door nat hoofdkussen.  Hierna ging hij het rustiger aan doen zoals de dokter het hem had gezegd en leefde nog een tamelijk lang leven. Zijn hengel stond in de schuur te verdrogen en molen en kunstaas roestten langzaam weg. Het snoekvissen had hij afgezworen. Voor altijd en eeuwig. Voor zover het tenminste aan hemzelf lag.

Rien Faasse           Maart 2019

Peter in de polder, week 1 t/m 3

Vrieskoude zonsopkomst aan de schulpvaart

Het nieuwe jaar is begonnen. Ik heb nog een stevig snoekenvirus te pakken dus de groenjassen moeten nog beducht zijn op mijn activiteiten.

De eerste vis dit jaar was een klein voorntje, want om de snoeken te pakken had ik wel aasvis nodig. De vriezer is weer voldoende gevuld met instant snoekaas, dus dat behoeft geen zorg. Deze eerste voorn leverde overigens wel meteen een mooi getekende snoek op aan de bijgelegde dood-aas hengel.

7 januari had ik een vrije dag, ter compensatie dat ik Nieuwjaarsdag had gewerkt. Er stond een behoorlijke wind, maar ja, vangdrang hè, er moest gevist worden. Ik ging naar Akersloot, alwaar ik een luwe stek vond achter een gebouw. Hier beleefde ik iets heel bijzonders; ik kreeg in 2 worpen 3 snoeken eraan… Hoe dat ging: ik wierp in en liet mijn dode voorn mooi door de wind meevoeren. Al snel verdween mijn dobber en ik draaide strak op een kleine snoek. Kort onder de kant werd deze snoek gegrepen door een aanmerkelijk groter exemplaar. Helaas liet deze na enkele tellen weer los en kon ik mijn van de schrik helemaal verlamde snoekje scheppen. Na het onthaken en terugzetten, wierp ik mijn nieuwe aasvisje op de plek in waar ik de snoek gevangen had en kreeg direct weer beet. Deze vis schoot los kort na de aanslag maar was niet de reus die ik zojuist had gelost. Best spannend!

Deze heren kwamen koffie brengen en een plaatje schieten van mijn snoekje.

Tijdens mijn omzwervingen met dood aas vond ik een stek met een aantal opmerkelijk grote snoeken. Ik ving hier in november kort na elkaar 2 dikke bakken, en nu kolkte het er weer. Ik loste tot 2 keer een zeer slimme vis die mijn aas wist los te peuteren van de takel. Dat moest anders. Ik besloot een paar dagen te voeren met sardinebrokjes. Goed plan, alleen vergeten op buienradar te kijken, want zaterdag morgen trof ik een nagenoeg dichtgevroren stek aan. Ik had uit voorzorg al nylon gemonteerd in plaats van gevlochten lijn, want die laatste vriest nogal snel vast op het ijs. De dobber ging in een windwak en dartelde lekker op de wind en de deining. na een uur koukleumen en 3 kolken op andere stukken van het water, begon de dobber ineens een stukje te varen. Er was interesse! Helaas, de vis voelde weerstand van de aan het ijs vastgevroren lijn en loste. Een nieuwe aasvis eraan en nog een poging. Na een kwartier was het weer bal. Nu verdween de dobber onder het ijs en werd het tijd om aan te slaan. Een massieve vis bolde onder het ijs en sloeg het aan splinters. Een spectaculaire dril tussen de schotsen eindigde in het schepnet. Een prachtvis van 87 cm was mijn deel.

Snoek om de hoek

Onze secretaris Bart wil wel eens een keer mee op de boot om slepend met kunstaas een snoek te vangen. Deze tak van sport heeft hij nog niet bedreven. De afspraak staat gepland op zondag 13 januari. Op deze dag voorspelt het KNMI onstuimig weer en geeft tussen 16:00 en 20:00 uur zelfs een code geel.
Nu staat Bart bekend als een mooiweer hengelaar. Dit komt door een gebeurtenis uit het verleden, waarbij hij voor de aanvang van een witviswedstrijd alweer huiswaarts ging, vanwege een straf windje.

De verklaring: “ik begon nog maar net met dit wedstrijdvissen en had nog geen goed warmtepak”

Deze keer is hij niet van zijn stuk te brengen. Waar ik twijfel is het Bart die me verzekerd dat het wel kan. Zelfs een code geel weerhoudt hem niet van de visplannen en dus varen we rond 8:30 uit. Ik moet het spelletje even uitleggen, want Bart snoekte tot nu toe alleen met aasvissen en een dobber. Dat gaan we vandaag ook doen, maar we beginnen met kunstaas.
De boot vaart langzaam. Door de snelheid wordt het drijvende kunstaas onder het wateroppervlak geduwd en zwemt het aas met een sierlijke zwembeweging tussen oppervlakte en bodem.

Bij aanvang staat er toch al een windkracht 5, maar met het windje in de rug en varend tussen de huizen valt het nauwelijks op. Voorbij “het zwembad” wordt bij Bart ook duidelijk hoe windgevoelig het bootje is. Het gebeurt regelmatig dat we dwars varen om al tegensturend een rechte koers te kunnen behouden. Voor de voorste visser is een langere hengel dan een must en gelukkig heeft Bart dit.

Bij de A9 leggen we de boot aan wal en veranderen we de vismethode. Bart vist met een aasvis onder een dobber, waarbij de lijn onder de dobber is verzwaard met enkele flinke loodhagels. Ik vis ongeveer hetzelfde, alleen zonder lood maar met een fireball aan de vis.

De vectra fireball is loodvrij, dus vriendelijker voor het milieu.


Bart loopt langzaam over de vlonder, trekt de dobber mee en bereikt zo de andere kant van de A9. Ik volg op ruime afstand. Halverwege voel ik een rukje en inderdaad zie ik dat de dobber is verdwenen. Ook mijn hengel is lang en onder de brug is dit niet handig. Ik verleng de lijn en loop snel een paar passen zodat ook ik buiten de brug sta. Aantikken en hangen! Het voelt massief en even later mag de zware snoek van 82 cm voor de camera poseren.

We stappen weer aan boord en slepen de dobbers nog een stukje mee. Al binnen enkele meters haakt Bart een goede vis. Ik assisteer bij het landen en poseer gelijk maar even: 84 cm

We gaan weer kunstaas slepen. Op het Kerkemeer los ik er 2 kort achter elkaar. Voor mij is het duidelijk tijd voor koffie. Bart heeft dit keurig voor elkaar en hoeveel bakken ik ook neem, elke keer komt er een heerlijke koek bij. Aangesterkt gaan we verder. Nu is het Bart die wat haakt aan de Spro fat Iris. We laten ons tegen het riet waaien en pakken het visje.

Deze hoeft niet gemeten. We varen het meertje in het rond. Op de plek waar ik de lossers had en Bart een snoekje, is het Bart die weer jubelt. Een bak van 86 cm heeft de plug diep naar binnen gezogen. Vakkundig en beheerst bevrijden de we de vis weer van het aasje.
De vis optillen en tonen voor de camera kan in mijn ogen toch beter.

Telkens maken we het rondje en er volgen nog 2 snoeken voor Bart: 73 en 60 cm.

De Spro Fat Iris is vandaag een echte killer
Zo staan vis en visser netjes op de camera.

Na een rondje zonder beet varen we terug. Bij het Stet “altijd spannend” vissen we door tot de aanlegplaats. Dit blijkt een goede keuze: in de laatste meters wordt mijn Yellow Pearl Pikefighter bruut gegrepen waarna een felle run volgt. De vis is niet groot, maar geeft zich toch niet zo snel gewonnen. Uiteindelijk belandt de snoek even op de meetplank: 62 cm. Al met al een topdag met goede vangsten bij een zwoel briesje.

Peter in de polder, week 45

Ja, ik heb weer eens tijd voor een stukje. Dat heeft een speciale reden: ik heb een reus gevangen.

Ik heb dit jaar al diverse record gebroken. Een baars van 42 cm, een winde van 58, een haring van 28 cm, een steur van 1,29. Die laatste dan wel in een visvijver, maar toch. 1 record staat al een tijd hoog op mijn lijstje, en dat is een snoek. Mijn record stamt van 27 mei 1989 en mat 100 cm. Gevangen aan een Mr.Twister in het Alkmaardermeer tijdens het baarzen aan een ultralicht spinhengeltje en 18/00 nylon. Het kostte me zowat een half uur om die vis binnen te krijgen.

Dit jaar doe ik mee aan de snoekwedstrijden van De Rijp, en dan moet je natuurlijk wel scoren. Ik heb daarom wat trucjes ontwikkeld, en 1 daarvan is om mijn takeltje op te bouwen uit componenten in plaats van een kant en klare montage. Voordeel is dat ik elke aasvis de takel kan optimaliseren door een korte of lange stinger-dreg, grote of klein dreg op de kop en al dan niet loodverzwaring, spinnerbladen en kralen in de opbouw. Net als forel en platvis is ook snoek een rover en nieuwsgierig.

Vorige week had ik na de snoekwedstrijd nog wat aasvisjes over en ging ik eens een paar stekjes langs om te kijken of er nog wat zwom. Bij een brug zag ik een grote kolk veroorzaakt door een jagende snoek. Ik kon niet veel zien, maar de omvang van de waterverplaatsing beloofde wat moois. Hier heb ik eerder al eens een vis van 89 cm gevangen, dus de kans op een grote vis is hier wel aanwezig.

Zondag morgen 11-11 ga ik aan het Stet wat haringstukjes voeren. Net als ik mijn dobber erbij wil leggen bedenk ik dat de visclub zijn snertwedstrijd heeft op dit water. Nou, dan ga ik eerst maar even naar 2 andere stekken. Om 10 uur hebben ze 2 rondes gevist en zijn ze aan de overkant en weg van de brug. Dan kom ik om die tijd wel terug.

Ik ga eerst naar mijn zeeltstek in Heiloo. Daar weet ik 3 mooie snoeken te zwemmen, en er zullen er vast nog meer zijn. Ik kan dan meteen wat aasvis vangen. Al na een kwartier heb ik beet en vang een leuke snoek van 61 cm aan een dood voorntje.

Ik heb voldoende aasvisjes gevangen en ga verder naar de stek bij de brug. Hier monteer ik een nieuw uitgewerkte takel (zie foto) en voorzie hem van een vers overleden voorntje. Ik werp de montage in en zorg dat deze met een behoorlijke plons het water raakt.

Ik zet de camera alvast klaar want ik heb er vertrouwen in. Niet onterecht, al snel gaat de dobber onder. Ik zoek een goede plek om de vis te kunnen drillen en sla aan. Een zware vis bonkt op de hengel alsof er telkens zakken zand op de lijn worden gegooid. Hevig kopschuddend baant de snoek zich een weg door het water. Met moeite hou ik haar weg bij de brugpijlers en weet dan al snel het net eronder te krijgen. De kopdreg zit in de scharnier van de bek, de stinger hangt er los naast. Ik zet de camera op zelfontspanner en start een serie foto’s. De snoek meet 101,5 cm en is dat nieuwe felbegeerde record. Ik geniet met volle teugen, stuur iedereen die ik ken een whatsappie en ben teleurgesteld in de matige respons. “Het is zondag morgen vroeg, figuur”, denk ik bij mezelf, tuurlijk krijg je geen reactie!

Ik ga om 10 uur naar het Stet, vang niks meer erbij maar krijg wel een uitnodiging voor de snert. Kijk dat zijn berichten. Ik sluit de visdag af met een supergevoel en in prima gezelschap.   

Warm water: snoek is zeer kwetsbaar

Snoek is een kwetsbare vis. Hij is weliswaar de rover boven aan de voedselketen, maar extreem gevoelig voor warm water. Een snoek die je nu vangt, vecht zich nagenoeg of helemaal dood. Ik roep dan ook onze leden op om verantwoord met de vis om te gaan en voorlopig niet in ons polderwater op snoek te vissen.

Vang je toch een snoek, zet hem dan zo snel mogelijk terug in het water, hou hem vast rond de staartwortel en trek hem rustig heen en weer door het water. Er stroomt dan zuurstof door zijn kieuwen en de kans is dan wat groter dat hij het overleeft. Pas als hij zich losrukt uit je handen, laat je hem gaan. Een snoek zonder zorg terug zetten, betekent op dit moment een zekere dood voor deze machtige sportvis.

Brasembal

De eerste botenwedstrijd zit erop. Marcel en ik hadden er zin in. De voorbereidingen waren getroffen en zaterdag 19 mei was het zover. Ik had de eer om de prijzen in te kopen en het wedstrijdparcours uit te zetten. Er waren 5 boten. Wij visten op de eerste stek (blauw kruisje).
Met de vaste stok was het snel over met de aanbeten. We vervolgden onze visserij met de feederstokken. Dit pakte goed uit. Zowel Marcel als ik haalden hiermee meerdere brasems binnen. Jammer van enkele lossers, maar met 30 vissen en ruim 7,5 kilo pakten we een klinkende overwinning. De grootste vis mocht ik op mijn naam schrijven: 55 cm. Het leverde me een mooie bos pioenen op, beschikbaar gesteld door Ronnie.
Werden we beloond voor onze barmhartige daad? Ik weet het niet, maar op de heenweg wisten Marcel en ik een schaap van de wisse dood te redden. Met vereende krachtinspanningen kregen we dit schaapje op het droge.

Het was een heerlijke visserij met echter een nadeel: de grote hoeveelheid insecten. Ik had wat voer over, maar kon de moed niet opbrengen om dit een dag later nog even te gaan opmaken. Rob en insecten gaan niet zo goed samen.

Het pinksterweekend gaf me gelukkig nog een extra vrije dag en maandag de 21e trok ik er alsnog lekker op tijd uit. Het teiltje voer ging weer mee, maar helaas had ik geen extra voer meegenomen. Niet slim!

Ik koos een stekje op het noordoostelijk deel van het Die. (Zie het rode kruisje) Vanwege de zeer geringe hoeveelheid voer, deed ik wat extra mais en maden erdoor.
Met de kleinst mogelijke korf die ik bovendien minimaal vulde, ging ik vissen. Al snel kwam een eerste vis. Het was gelijk een flinke brasem. Ook nummer 2 en 3 waren brasems. Nummer 4 een blankvoorntje. Ik viste met 2 maden. Hierna volgden weer 5(!) brasems. Daarna zomaar weer wat voorntjes. In de wormendoos zat een restant van de wedstrijd van nog geen 10 stuks. Om de kleintjes te mijden, ging ik nu met worm verder. Meteen was het raak en een volgende brasem verdween in het net. Wat een visserij! Aan de ene kant moest ik balen vanwege het voer wat nagenoeg op was, aan de andere kant: waarom zou je balen als het net zich steeds meer vult met mooie brasems!?

Om 11.00 waren de voorraden echt op. Nog even probeerde ik een made-voerkorfje. De maden had ik immers nog genoeg. Na wat gemiste aanbeten en enkele kleine vissen hield ik dit voor gezien. Het was mooi geweest en ik gaf de 12 brasems weer hun vrijheid! Wat een fantastische ochtend!

Peter in de polder, Koningsdag

Een vismaat attendeerde mij op de mogelijkheid haringen te vangen in onze regio, en zo trokken Joost en ik op Koningsdag 2018 naar zee. Gewapend met spinhengeltjes, verenpaternostertjes en loodjes van 20 gram gingen we het proberen. We hadden de stek voor ons zelf en al snel werden de eerste stootjes gevoeld. Het was een vermakelijke visserij waarbij we samen zo’n 75 haringen vingen. Een klein portie ligt in de vriezer, de rest zwemt weer om te paaien.

Voor ‘s avonds spraken we af om met worm op baars te gaan. Ik wilde dit graag met mijn UL dobberhengel doen, dus kozen we een ondiepe stek. Het duurde lang voor we vissen vonden, maar de beloning was groot! Een baars van 38 cm trok de UL stok krom tot het handvat en wilde ook nog wel even poseren. Wat een gave visdag!

Wild West in IJssel Valley

Door meerdere personen word ik wel benaderd: “wanneer hebben jullie die visdagen, want dan boek ik ook een vakantie. Jullie hebben immers altijd mooi weer.” Het moet gezegd: het klopt vaak en nooit eerder hadden we zulke zonnige dagen als dit jaar. Zonnebrand en hoofdbescherming waren deze maal de belangrijkste attributen om bij je te hebben.

We begonnen aan de Urkervaart bij Tollebeek. Geruchten over natuurvriendelijke oevers en wilgenmatten op de bodem hadden ons bereikt en bleken waarheid. Gelukkig was slechts een deel van deze vaart voorzien. Het vissen was nog goed mogelijk. We vingen kleine vis, Sjaak passeerde de 100 stuks en boekte ruim 5 kilo.
– rechts natuurvriendelijk, links ook, maar dan anders…-

In de middag zaten we aan de IJssel bij onze befaamde pyloonbrug. Zaten we normaal op “krib 1”, deze maal kozen Marcel en ik voor “krib 2”. Sjaak en Hendrik mochten op “onze” krib zitten. Zij vermaakten zich daar beter dan wij. We zaten veel vast tussen de keien.
– visboot zonder visser –

Door onder een hoek van “10 uur” te gooien, vond ik uiteindelijk een schoon stuk en wist zo nog wat visjes te vangen. Later in dit verslag meer over deze stek.
– Marcel dekt de rechterflank –

We aten en overnachtten weer op onze vaste plekken. Tijdens het diner werden de plannen voor dag 2 gesmeed: ‘s ochtends IJssel Hattem, ‘s Middags Zwarte water. In Hattem vingen we vorig jaar nog vele grote voorns. Dit jaar was het duidelijk minder.
Je moest behoorlijk de stroming in om nog wat vis te pakken. Hendrik beheerste deze techniek het beste: 35 vissen / 5300 gram. In de zijsloot pakte Han 64 visjes met de vaste stok.

Middag: Het Zwarte Water is een dobber water. Je kunt met de picker ook terecht, maar de vis is over het algemeen klein en voorzichtig en er wordt hierdoor veel gemist. Na 2 uur en 3 vissen gaf ik deze strijd op en begon met de vaste hengel. Ik ving dicht aan de kant, zonder gebruik van voer zo toch nog best veel vis. Het leuke van dit water is dat er zoveel variatie aan soorten zwemt. Zo ving ik winde
en
roofblei.

Marcel was niet meer in te halen. Die was op dreef en ving zowaar ook nog wat brasems. Zijn totaal: 6800 gram.
De Chinees waar we ‘s avonds wilde eten, bleek gesloten. Lokale burgers tipten een andere Chinees bij ‘t Heem. Hier was het prima toeven!
Dag drie: Onze hotspot aan de IJssel hebben we wat jaren links laten liggen. Het pad er naartoe was niet goed voor de onderkant van de auto. Dit jaar wilden we het toch weer eens proberen. Het pad was hersteld, maar deze ochtend troffen we echter een grote groep Engelsen aan de waterkant. Er was geen plek meer voor ons. We weken uit naar Veessen. Ook hier kun je aan de IJssel zitten. Prachtige stekken, maar de vangsten waren hier taai.
Een welkome verassing was dan wel weer de blauwneus die ik ving.

In de middag gingen we weer naar het Zwarte Water. Deze keer koos ik wel meteen voor de vaste stok. Met 53 vissen en 5700 gram boekte ik een leuke vangst.

Het avondeten nuttigden we bij de Oase in Zalk. Mijn nagerecht mocht op de foto.

– Even de weersberichten checken: alweer een zomerdag voorspeld.-

De vierde en alweer laatste ochtend waren de stekken aan de IJssel nabij Zalk wel beschikbaar. Dit is met name een geliefd parcours omdat je met de auto tot aan je stekje kunt rijden. Dat scheelt heel wat gesjouw!
Hier vingen we allen leuk vis. Er werden zowaar wat brasempjes gevangen. Mijn Pontische stroomgrondel mocht voor de lens poseren.
Sjaak had hier een schitterende winde met een imposante dikke rug.
Op deze plek was er een zijsloot waar Han zich heerlijk met de vaste stok kon uitleven. Een stel wat in de nabije natuur hartstochtelijk de liefde bedreef, zorgde voor behoorlijk wat afleiding.
Toch wist hij 176 vissen te vangen met een totaal gewicht van 7,1 kilo. Hendrik volgde kort met 6,8 kilo / 23 stuks.

Dan de laatste stek. We kozen weer het stukje IJssel bij de pyloonbrug nabij Kampen. Marcel en ik begonnen net als Dick onder de brug. Het stroomt hier harder en is flink dieper dan vissend vanaf de kribben. Ondanks al het gesjouw wilde ik de middagsessie hier niet volmaken. Ik praatte Marcel om en we kozen later alsnog voor de krib. Dick bleek uiteindelijk nog goed te hebben gevangen. Op de krib begon onze volgende uitdaging. Ik had constant beet maar de vis kwam niet binnen. Plan C: dunnere top, dunnere lijn en kleinere haak. Uiteindelijk wist ik nog ruim 20 vissen te pakken en kon ik de sessie voldaan afsluiten.
We vingen zo’n 170 kilo en bijna 1800 vissen. Sjaak had de beste vangsten en ik werd uiteindelijk hekkensluiter 😉