Toch even het vermelden waard: bijzondere vangsten

Tijdens de wedstrijd van HSV Limmen in het kanaal Omval-Kolhorn ving Wil Snel een mooie karper.

Tijdens diezelfde wedstrijd was het Ron Droog die een wel heel bijzondere vangst deed: een snoekbaars van 83 cm.

Zelf mocht ik dit weekend mijn record giebel verbeteren van 38 cm naar 41 cm. En dat nog wel in ons eigen Stet!

Tweede giebelwedstrijd met goede vangsten

zaterdag 29 juni werd er met goed weer een 2de giebelwedstrijd gehouden in een water in de Zaanstreek. De opkomst was zeer matig: 4 deelnemers.

De vissers met de vaste stok hadden deze keer het beste van de vangsten. Rien Faasse lootte goed, zat een tijdje in de schaduw van ene boom te vissen en daar trok alle giebel naartoe. Met 35 giebels en in totaal 3,4 kilo was Rien de dagwinnaar. Gerrit Tuyn begon goed maar viel later terug. Gelukkig ving hij op het einde nog wat zwaardere vis, zodat zijn 17 giebels meer gewicht in de schaal legden. Op de 3de plek eindigde Peter van der Heijdt, met 22 stuks en 1,7 kilo. Bart Lieferink was laatste, deze keer had hij 7 stuks. Bart verspeelde zowel een dikke karper als een kanjer van een giebel, maar ja, dat hoort ook bij vissen.

Na afloop hebben we nog even leuk na gezeten bij Eethuis Betty onder het genot van een koppie en een tosti.

Hou de site in de gaten voor meer giebeldagen. Wellicht gaan we nog eens op een avond, niet in wedstrijdverband maar als workshop. Wellicht wordt u ook besmet met het giebel-virus.

De eerste giebelwedstrijd van HSV Limmen

Zaterdag 1 juni hebben we de eerste giebelwedstrijd gevist. Er waren 5 deelnemers, allen vissers die hier al eens op gevist hadden.

We troffen een rimpelloze sloot aan bij aankomst, en een stralend zonnetje. Of dit een goed teken was, moest nog blijken, maar het was in ieder geval lekker weer om te vissen.

Als snel was het Piet van der Heijdt die de eerste giebel landde, helaas voor hem ook zijn enige. Na verloop van tijd vingen de anderen ook hun giebels, waarbij met name Ron Droog er een hoog tempo in hield.

De winnende vangst van Ron Droog

Na 2 1/2 uur was het tijd om te tellen, wegen en meten. De puntentelling was als volgt: per ons vis een punt, per giebel een punt en van de grootste giebel kreeg je de centimeters er ook nog in punten bij. Zo kwam de nadruk in ieder geval op het vangen van de giebels terecht, maar kon je met voldoende bijvangst nog wel een plaatsje stijgen in het klassement.

De winnaar van de eerste giebelwedstrijd was Ron Droog, met 4600 gram, 34 giebels en zijn grootste vis was 29,5 cm. Goed voor 109,5 punten. Tweede was Peter van der Heijdt, met 2 kilo en 21 giebels, waaronder de grootste van de dag op 33 cm. Derde werd Rien Faasse, ook 21 giebels maar veel kleiner spul, Rien had 1600 gram, en zijn grootste vis was 23,5.

Bart Lieferink werd vierde met 3 giebels en Piet dus laatste met 1 giebel. In totaal werden er 80 giebels gevangen, 9,5 kilo vis.

Bart had op de kopstek weinig succes. Wel had hij de een/na/grootste giebel van de dag.

Na afloop werd bij Betty´s Broodje nog even lekker nagetafeld over de wedstrijd, het bijzondere visje en het mooie weer. Op zaterdag 29 juni doen we dit nog een keer over. Voor deze wedstrijd moet men zich wel vooraf opgeven, er is plaats voor 12 vissers.

Peter in de polder, en ver daarbuiten.

Het was een tijdje stil rond mijn visbelevenissen, maar uiteraard heb ik niet stil gezeten. Ik heb afgelopen winter meegedaan aan de roofviscompetitie in De Rijp, en werd daar 19de van de 38 deelnemers. Met 2 keer geen snoek om aan te melden, is er nog wel wat ruimte voor verbetering.

gewoon nog een keer deze snoek, omdat hij zo mooi is.

Ik werd gevraagd een groep snoekbaarsvissers uit Den Haag te begeleiden voor een visdag langs de Zaan. Er waren 24 vissers die ik in 2 groepen verdeeld, naar een aantal locaties heb gestuurd. Mijn eigen beste stek leverde 3 vissen en enkele aanbeten op, verder werden er nog 3 andere snoekbaarzen gevangen. Een gezellige dag maar met teleurstellende vangsten.

In maart en april maakten we nog een bijzonder fenomeen mee, paaitrek van snoek. Op zich wist ik hier wel van, alleen had het nu nogal drastische gevolgen. Bij het gemaal van de Starting probeerden snoeken tegen de stroom in naar een ander watervak te komen. Dat lukte niet, waardoor ze op een vlonder belanden en dood gingen. Naast de 7 vissen die we opgeruimd hebben, werden er door enkele mensen die hiermee ook bezig waren, nog meerdere vissen gered. Het Waterschap heeft een tijdelijke oplossing bedacht zodat de snoeken in ieder geval niet meer op de vlonder vallen.

Mijn jacht op grote witvissen beperkte zich de laatste jaren vooral tot zeelt en winde, maar dit jaar heb ik besloten het bereik wat te verbreden. Met name giebel en grote brasem moeten er dit jaar aan geloven. Met die giebels ging het wel leuk afgelopen zomer, en ik ben nu ook alweer druk bezig met het zoeken en onderzoeken van nieuwe stekken. Met op zich veelbelovende resultaten.

38 cm

De brasems zocht ik in de paaigebieden van groot water, zoals het IJsselmeer. Met Bart, met Ron en met Joost bezocht ik 3 maal een mij bekende voorjaarsstek. Hier boekte ik mooie resultaten, met 2 60+-brasems voor mijzelf en ook nog een topper voor Joost, die met 64,5 cm en geschat 4 kilo een prima nieuw PR wist te realiseren.

megabrasem voor Joost: 64,5 cm, ca 4 KILO

Tijdens het vissen op giebels pak ik soms leuke bijvangst, zoals enkele boerenkarpers. Ook wist ik op een avond 36 giebels te vangen, gemiddeld ongeveer 25-30 cm. Nieuwe stekken leverden eveneens mooie vissen op, zoals recent in de Woudpolder.

38 cm

63 cm, 3500 gram

59 cm, ruim 3 kilo


Zaansche Boerenkarper ( Beschermde oorsprongsbenaming) aan 14/00 in een prutslootje

Met de zeelten gaat het nog niet echt lekker. Ik heb tijdens het visuitje met de IJsselvissers bij toeval een zeelt gevangen aan de feeder, en afgelopen week had ik er 2 op een ochtend, maar verder gebeurt er nog niet veel. Ik denk dat het nog wat te koud is. Het kan dus alleen maar beter worden, toch?

Vanaf de Paasdagen had ik 3 weken vakantie ( ik werk deze zomer door), en in de vakantie moet er natuurlijk wel gevist worden. Naast het uitje naar Overijssel en de visdag met Ron door Noord-Holland, kon ik ook tijdens mijn road trip door Duitsland nog even vissen. De Prüm in Waxweiler is een mij bekend riviertje, waar je met gewoon aas op kopvoorn kunt vissen. Ik wist er in anderhalf uur 11 te vangen.

Selfie van 2 dikkoppen…

Na dit weekend is mijn vakantie voorbij. Binnenkort starten we met 2 giebelwedstrijden, zie elders op de site. Wellicht het begin van een serie wedstrijden op klein water, zgn. boerenslootjeswedstrijden. Dit ook om de jeugd bij de wedstrijden te betrekken en voor hen die niet graag op diep en groot watervissen. Wordt vervolgd…

GIEBELWEDSTRIJDEN 2019


HSV Limmen gaat naast de reguliere witviscompetitie nog een aantal aparte wedstrijden organiseren. We starten met 2 giebelwedstrijden. We vissen met de dobber, werphengel of vaste hengel (maximum hengellengte op dit water 8 meter).  Alle vis wordt bewaard in een ruim leefnet. Alle overige reglementen van de witviscompetitie zijn van toepassing.

Zaterdag             1-6-19                  vertrek 7:30 vanaf AH Limmen

Zaterdag             29-6-19                 vertrek 7:30 vanaf AH Limmen

We vissen van 8:30 tot 11:00 uur. Na afloop is er prijsuitreiking bij Broodje Betty Industrieweg 18A, te Wormerveer. Inleg € 5,00, dat is incl. een kop koffie of frisdrankje bij Betty. Nummer 1, 3 en 5 krijgen een prijsje.

Hoe werkt het?

Giebel is de wilde vorm van de goudvis. Het is een fanatiek vechtende witvis die tot zo’n 50 cm kan groeien. De formaten op onze stek gaan tot ca 35 cm. Het verschil met een karper is dat de giebel een kleine bek heeft zonder bekdraden. Hij is te vangen met alle aassoorten waarmee je op witvis vist.  Als haakgrootte kies je maat 8 tot 18, afhankelijk van lijndikte en aassoort. Als lijndikte adviseren we 10/00 tot 16/00 nylon. Giebel aast dicht tegen de bodem, de beste resultaten boek ik met een staande haak of net een paar cm op de bodem.

We vissen 2 1/2 uur op dezelfde stek. Het water is 60-90 cm diep. Er is een uitstekende visstand met heel veel blankvoorns en ruisvoorns, wat baars, vetjes, kolblei, karper en giebel.

De telling is als volgt:

Per gevangen giebel                     1 punt

Per 100 gram vis                              1 punt

De centimeters van je grootste giebel

worden daar nog bij opgeteld, elke cm 1 punt.

Enige adviezen:

–              Vis met een dobber met een lange antenne, de Giebel aast voorzichtig en met een lange antenne zie je de opstekers beter

–              Gebruik een donker voer, voer niet te veel maar wel regelmatig. Voeg 5-10% gemalen hennep aan je voer toe.

–              schep je giebels als ze groter dan 20 cm zijn. Ze zijn erg onstuimig en vallen snel van je haak als je gaat tillen

Meer info? Mail marian.peter@zonnet.nl

Over snoeken gesproken. Door Rien Faasse

Dit snoekseizoen was het voor mij niet helemaal.      

Liever gezegd; helemaal niet.

Natuurlijk waren die fraaie Noordhollandse watertjes met hun dikke snoeken er nog altijd en ook de visspullen stonden tiptop in orde in de schuur op hun gebruiker te wachten maar het lukte gewoon niet met de afspraken. Dan kon mijn vismaatje niet en dan kon ik weer niet.               Drukte, ziekte en zeer, een verjaardag, een crematie, gebroken pols van mijn vrouw waardoor ik niet van huis kon en toen was er weer storm of hagel en natte sneeuw en… nou ja, het lukte gewoon niet.

En over die ene keer dat het wel doorging valt ook niet veel bijzonders te melden.

De wind kwam guur, net boven het vriespunt, uit het noorden en dat betekent meestal dat de vis het laat afweten. Die ochtend doen we de Noorder en Zuidervaart aan. Water dat meestal garant staat voor een paar mooie vissen maar nu geen enkel bewijsje van enige snoekactiviteit geeft. 

Na de traditionele lunch  in de Gouden Karper, uitsmijter ham kaas op dik boeren bruinbrood plus een mooie grote pils erbij, gaan we het zonder al te hoge verwachtingen nog even proberen in de buurt van de Alkmaarse vuilverbranding.

Ik weet daar een mooi met struiken en riet omzoomd poeltje dat in verbinding staat met de omringende sloten en waar, voor zover ik weet, nooit een snoekvisser komt.

Binnen vijf minuten duikt de dobber van mijn Limmenese visvriendje Bart onder. Na een  fraaie dril komt er een  gaaf getekend snoekje van 70 cm in het schepnet. Zo, de eer voor deze dag is gered. Ik verplaats me naar de overkant van de poel waar ik een kwartiertje later een prachtige wegloper krijg. De fel oranje dobber is in het ondiepe heldere water goed te volgen.

De dobber staat ongeveer tien meter verder stil en schokt wat op en neer. Tijd om aan te slaan dus en weer komt er een mooie vis in het schepnet.

Vlug een foto maken en even meten. Niet te geloven maar het is het zelfde snoekje met een lengte van 70 cm en zijn herkenbare tekening. Daar zijn vriend Bart en ik het helemaal over eens. Hoe is het mogelijk.

We houden het verder voor gezien want we zijn èn koud èn we willen  dit snoekje beslist niet voor een derde maal vangen want dan wordt zo’n beestje te veel af gejakkerd.

In de auto naar huis vertel ik mijn maatje het verhaal dat me na die toch zeldzame “ kopie “ vangst van deze middag te binnen schoot.  

Ik heb het ooit eens gelezen in één van de vele sportvis boeken die de onvolprezen Jan Schreiner ons heeft nagelaten. ( God hebbe zijn ziel ). Het verhaal, en ik hoop dat ik het een beetje goed weergeef, gaat ongeveer als volgt:

Meneer Kalfschot leefde zijn leven zoals hij vond dat het goed was.Voor hemzelf dan. Een egocentrisch mens. Geen vrienden maar dat stoorde hem in het geheel niet want zonder vrienden ging het ook prima. Vrouw en kinderen kwamen niets te kort behalve dan enige vorm van liefde of belangstelling. Je zou hem kunnen omschrijven met het gezegde: “ Ikke ikke ikke en de rest kan stikke. “

Hij was bijna toe aan zijn pensioen toen hij voelde dat het niet goed met hem ging. Zijn dokter had hem gewaarschuwd het vooral rustig aan te gaan doen. Meneer Kalfschot was niet bang voor de dood. Helemaal niet. Dat speelde bij hem niet. Hij geloofde niets en al helemaal niet in een hiernamaals.  Als grapje had hij tegen die huisarts gezegd: “ Wie dan niet leeft wie dan niet zorgt, “  maar die had hem niet-begrijpend aan gekeken.

Die avond was hij vroeg naar bed gegaan want hij was erg moe.

Toen hij zijn ogen sloot was hij direct weg van deze wereld en stond hij voor Petrus die hem zei dat hij wel wist wie Kalfschot precies was en dat hij engel Gijs mee kreeg die hem verder in de gaten moest houden.

Engel Gijs was er een van het zwijgzame type. Hij ging hem voor terwijl ze door een grote wolk liepen tot ze bij een mooi riviertje kwamen waar de zon vrolijk scheen en de vogels nog vrolijker kwinkeleerden.

– “ Jouw hobby was toch snoekvissen,” vroeg engel Gijs. “ Nou daar in dat schuurtje kan je een hengel en wat kunstaas uitzoeken en dan ga je je gang maar. “

Meneer Kalfschot vond dat hij het goed getroffen had want hij was zonder meer in de hemel. Dat stond wel vast.   

Hij maakte zijn hengel en molen klaar, knoopte een koperkleurige Ondex 5 spinner aan de lijn en maakte een verre worp.  

In het midden van het riviertje klapte er al een snoek op. Dat ging goed.

Na een korte dril onthaakte hij het beestje en liet hem vol trots aan engel Gijs zien.                                                                                                                         – “ Mooi, niet, “ zei hij, “ zo snel vang je ze niet altijd. “

– “ Zeventig centimeter, zei engel Gijs kort. “

Weer gooide hij ver in en weer klapte er binnen de kortste keren een snoek op.

– “ Zeventig centimeter, “ zei engel Gijs ongevraagd en dat was ook zo. Meneer Kalfschot fronste zijn wenkbrauwen.

Bij de volgende worp was het alweer het zelfde liedje.                                   Zeventig centimeter.

Meneer Kalfschot begon het een onplezierig toeval te vinden maar à la, héél héél soms gebeurt zoiets weleens. Hij legde zijn hengel in het gras en vroeg: – “ Hoe laat gaan we eigenlijk eten. “

_ “ Er wordt hier niet gegeten, “ zei de engel, “ en voor je verder gaat met vragen stellen, hier wordt ook niet geslapen of uitgerust dus ik adviseer je met klem de hengel weer op te pakken en door te gaan met vissen want dat is wel de bedoeling. “

Terwijl meneer Kalfschot zijn hengel uit het gras oppakte vielen er tranen op zijn handen. Hij kon zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst had gehuild maar nu zorgde zijn zelfmedelijden voor een ongekende tranenstroom.

Toen werd hij wakker met het hoofd op het door nat hoofdkussen.  Hierna ging hij het rustiger aan doen zoals de dokter het hem had gezegd en leefde nog een tamelijk lang leven. Zijn hengel stond in de schuur te verdrogen en molen en kunstaas roestten langzaam weg. Het snoekvissen had hij afgezworen. Voor altijd en eeuwig. Voor zover het tenminste aan hemzelf lag.

Rien Faasse           Maart 2019

Peter in de polder, week 1 t/m 3

Vrieskoude zonsopkomst aan de schulpvaart

Het nieuwe jaar is begonnen. Ik heb nog een stevig snoekenvirus te pakken dus de groenjassen moeten nog beducht zijn op mijn activiteiten.

De eerste vis dit jaar was een klein voorntje, want om de snoeken te pakken had ik wel aasvis nodig. De vriezer is weer voldoende gevuld met instant snoekaas, dus dat behoeft geen zorg. Deze eerste voorn leverde overigens wel meteen een mooi getekende snoek op aan de bijgelegde dood-aas hengel.

7 januari had ik een vrije dag, ter compensatie dat ik Nieuwjaarsdag had gewerkt. Er stond een behoorlijke wind, maar ja, vangdrang hè, er moest gevist worden. Ik ging naar Akersloot, alwaar ik een luwe stek vond achter een gebouw. Hier beleefde ik iets heel bijzonders; ik kreeg in 2 worpen 3 snoeken eraan… Hoe dat ging: ik wierp in en liet mijn dode voorn mooi door de wind meevoeren. Al snel verdween mijn dobber en ik draaide strak op een kleine snoek. Kort onder de kant werd deze snoek gegrepen door een aanmerkelijk groter exemplaar. Helaas liet deze na enkele tellen weer los en kon ik mijn van de schrik helemaal verlamde snoekje scheppen. Na het onthaken en terugzetten, wierp ik mijn nieuwe aasvisje op de plek in waar ik de snoek gevangen had en kreeg direct weer beet. Deze vis schoot los kort na de aanslag maar was niet de reus die ik zojuist had gelost. Best spannend!

Deze heren kwamen koffie brengen en een plaatje schieten van mijn snoekje.

Tijdens mijn omzwervingen met dood aas vond ik een stek met een aantal opmerkelijk grote snoeken. Ik ving hier in november kort na elkaar 2 dikke bakken, en nu kolkte het er weer. Ik loste tot 2 keer een zeer slimme vis die mijn aas wist los te peuteren van de takel. Dat moest anders. Ik besloot een paar dagen te voeren met sardinebrokjes. Goed plan, alleen vergeten op buienradar te kijken, want zaterdag morgen trof ik een nagenoeg dichtgevroren stek aan. Ik had uit voorzorg al nylon gemonteerd in plaats van gevlochten lijn, want die laatste vriest nogal snel vast op het ijs. De dobber ging in een windwak en dartelde lekker op de wind en de deining. na een uur koukleumen en 3 kolken op andere stukken van het water, begon de dobber ineens een stukje te varen. Er was interesse! Helaas, de vis voelde weerstand van de aan het ijs vastgevroren lijn en loste. Een nieuwe aasvis eraan en nog een poging. Na een kwartier was het weer bal. Nu verdween de dobber onder het ijs en werd het tijd om aan te slaan. Een massieve vis bolde onder het ijs en sloeg het aan splinters. Een spectaculaire dril tussen de schotsen eindigde in het schepnet. Een prachtvis van 87 cm was mijn deel.

Peter in de polder, week 45

Ja, ik heb weer eens tijd voor een stukje. Dat heeft een speciale reden: ik heb een reus gevangen.

Ik heb dit jaar al diverse record gebroken. Een baars van 42 cm, een winde van 58, een haring van 28 cm, een steur van 1,29. Die laatste dan wel in een visvijver, maar toch. 1 record staat al een tijd hoog op mijn lijstje, en dat is een snoek. Mijn record stamt van 27 mei 1989 en mat 100 cm. Gevangen aan een Mr.Twister in het Alkmaardermeer tijdens het baarzen aan een ultralicht spinhengeltje en 18/00 nylon. Het kostte me zowat een half uur om die vis binnen te krijgen.

Dit jaar doe ik mee aan de snoekwedstrijden van De Rijp, en dan moet je natuurlijk wel scoren. Ik heb daarom wat trucjes ontwikkeld, en 1 daarvan is om mijn takeltje op te bouwen uit componenten in plaats van een kant en klare montage. Voordeel is dat ik elke aasvis de takel kan optimaliseren door een korte of lange stinger-dreg, grote of klein dreg op de kop en al dan niet loodverzwaring, spinnerbladen en kralen in de opbouw. Net als forel en platvis is ook snoek een rover en nieuwsgierig.

Vorige week had ik na de snoekwedstrijd nog wat aasvisjes over en ging ik eens een paar stekjes langs om te kijken of er nog wat zwom. Bij een brug zag ik een grote kolk veroorzaakt door een jagende snoek. Ik kon niet veel zien, maar de omvang van de waterverplaatsing beloofde wat moois. Hier heb ik eerder al eens een vis van 89 cm gevangen, dus de kans op een grote vis is hier wel aanwezig.

Zondag morgen 11-11 ga ik aan het Stet wat haringstukjes voeren. Net als ik mijn dobber erbij wil leggen bedenk ik dat de visclub zijn snertwedstrijd heeft op dit water. Nou, dan ga ik eerst maar even naar 2 andere stekken. Om 10 uur hebben ze 2 rondes gevist en zijn ze aan de overkant en weg van de brug. Dan kom ik om die tijd wel terug.

Ik ga eerst naar mijn zeeltstek in Heiloo. Daar weet ik 3 mooie snoeken te zwemmen, en er zullen er vast nog meer zijn. Ik kan dan meteen wat aasvis vangen. Al na een kwartier heb ik beet en vang een leuke snoek van 61 cm aan een dood voorntje.

Ik heb voldoende aasvisjes gevangen en ga verder naar de stek bij de brug. Hier monteer ik een nieuw uitgewerkte takel (zie foto) en voorzie hem van een vers overleden voorntje. Ik werp de montage in en zorg dat deze met een behoorlijke plons het water raakt.

Ik zet de camera alvast klaar want ik heb er vertrouwen in. Niet onterecht, al snel gaat de dobber onder. Ik zoek een goede plek om de vis te kunnen drillen en sla aan. Een zware vis bonkt op de hengel alsof er telkens zakken zand op de lijn worden gegooid. Hevig kopschuddend baant de snoek zich een weg door het water. Met moeite hou ik haar weg bij de brugpijlers en weet dan al snel het net eronder te krijgen. De kopdreg zit in de scharnier van de bek, de stinger hangt er los naast. Ik zet de camera op zelfontspanner en start een serie foto’s. De snoek meet 101,5 cm en is dat nieuwe felbegeerde record. Ik geniet met volle teugen, stuur iedereen die ik ken een whatsappie en ben teleurgesteld in de matige respons. “Het is zondag morgen vroeg, figuur”, denk ik bij mezelf, tuurlijk krijg je geen reactie!

Ik ga om 10 uur naar het Stet, vang niks meer erbij maar krijg wel een uitnodiging voor de snert. Kijk dat zijn berichten. Ik sluit de visdag af met een supergevoel en in prima gezelschap.   

uitslag 5de botenwedstrijd

18 augustus werd de vijfde en laatste botenwedstrijd gehouden. Viswater was het Overdie.

1/. Gerrit Tuyn en Siem Van Duin                               65 vissen, 2800 gram en 3 soorten = 7550 punten

2/.  Peter van der Heijdt en Rien Faasse                    59 vissen, 2200 gram en 4 soorten = 7150 punten

3/.  Ron Droog en Mart Kaptein                                  34 vissen, 2500 gram en 4 soorten = 6200 punten

Mart had de enige grote brasem

4/. Bart en Maarten Lieferink                                       24 vissen, 750 gram en 3 soorten = 3450 punten

5/. Cock en Kees Droog                                               3 vissen, 300 gram en 2 soorten = 1450 punten

Over 2018 hebben we in 5 wedstrijden 24 verschillende vissers in de boten gezien. Schipper Ron en schipper Rob scoorden beiden 2 overwinningen en een derde plek, zij waren de meest succesvolle schippers. Opvallend was dat diverse debutanten met de prijs voor de grootste vis naar huis gingen.

De laatste wedstrijd is afgesloten met een BBQ. Wij danken de watersportvereniging voor het beschikbaar stellen van hun landje en faciliteiten, zodat we na afloop van elke wedstrijd een gezellig samenzijn hebben met eten, drinken en veel sterke verhalen. Rob en Ron bedankt voor het samenstellen van de prijzentafel.

Hiermee is een einde gekomen aan de bootjescompetitie 2018. Wij hopen dat we volgend jaar weer onze vaste deelnemers en nieuwe boten tegemoet mogen zien.

Peter en Ron

Warm water: snoek is zeer kwetsbaar

Snoek is een kwetsbare vis. Hij is weliswaar de rover boven aan de voedselketen, maar extreem gevoelig voor warm water. Een snoek die je nu vangt, vecht zich nagenoeg of helemaal dood. Ik roep dan ook onze leden op om verantwoord met de vis om te gaan en voorlopig niet in ons polderwater op snoek te vissen.

Vang je toch een snoek, zet hem dan zo snel mogelijk terug in het water, hou hem vast rond de staartwortel en trek hem rustig heen en weer door het water. Er stroomt dan zuurstof door zijn kieuwen en de kans is dan wat groter dat hij het overleeft. Pas als hij zich losrukt uit je handen, laat je hem gaan. Een snoek zonder zorg terug zetten, betekent op dit moment een zekere dood voor deze machtige sportvis.